Wij marketeers maar denken dat we lekker bezig zijn. Focusgroepen, testpanels, enquêtes en ga zo maar door om inzicht te krijgen in de zielenroerselen van de doelgroep. Dan zetten de resultaten van neurowetenschappelijk marketingonderzoek je wel even aan het denken. Omdat het duidelijk maakt welke 50% van je marketingbudget weggegooid geld is.
Zodra mensen een microfoon onder hun neus krijgen, je een camera op ze richt of ze in een laboratoriumopstelling zet, gebeurt er iets. Ze gaan sociaal-wenselijke antwoorden geven. Of ze zeggen niet wie ze zijn, maar wie ze zouden willen zijn. Dit bevestigt mijn eigen ervaring in het nabellen van leads verkregen uit enquêtes.
Dat wil niet zeggen dat traditioneel marktonderzoek van nul en generlei waarde is. Wat het wel zegt, is dat je via neurologisch marketingonderzoek een veel betrouwbaarder beeld krijgt van (individuen binnen) je doelgroep. Geen leugendetector maar een waarheidsserum. Dat aantoont dat gut feeling ook in je hoofd zit.
Nog beter nieuws is dat je, door in communicatie slim om te gaan met de combinatie van beeld, tekst, geluid en geur, specifieke delen van het brein kunt prikkelen en mensen in een gewenste emotie kunt krijgen. Dit geeft een extra dimensie aan het creatieve vak. Wat in ieder geval klontjesklaar is: er kan een wereld van verschil schuilen tussen wat je denkt dat mensen wensen en wat ze daadwerkelijk doen.
Dit gegeven past the people’s valley al in onze user-centered design en usability-gedreven aanpak toe door eindgebruikersdoelgroepen vanaf het allereerste begin in workshops te betrekken. Dat kan niet alleen verrassende insights opleveren, het is ook randvoorwaardelijk voor een goed eindproduct.
van de collega’s van The Peoples Valley.
Bron: Neuromarketing